De achtergrond
Op 27 april 2026 verleende de Vlaamse Regering vijf omgevingsvergunningen voor deelprojecten van Ventilus. Een daarvan betreft de uitbreiding van het hoogspanningsstation Gezelle in Brugge. Dit deelproject omvat onder meer de realisatie van technische installaties, verhardingen, reliëf- en vegetatiewijzigingen en ingrepen in de waterhuishouding.
De vzw Groen tekende hiertegen beroep aan bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RVVB), met een verzoek tot (gewone) schorsing van de vergunning. Toen de werken nadien effectief van start gingen, diende de vereniging daarbovenop een verrzoek tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN) in.
Bij arrest van 30 september 2026 (RVVB.2627.0073) sprak de Raad zich uit over het UDN-verzoek. Hij oordeelde dat het dossier op het eerste gezicht onvoldoende informatie bevatte over de aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten en de mogelijke impact van de werken daarop. Ook bleek geen afwijking van de beschermingsverboden te zijn verkregen, terwijl daar volgens de Raad aanleiding toe bestond. De vergunning werd dan ook geschorst.
De Raad spreekt zich hiermee nog niet definitief uit over de wettigheid van de vergunning. Wel mogen de werken intussen niet worden voortgezet.
Belang van dit arrest
Dit arrest is om twee redenen interessant. Enerzijds herbevestigt de Raad dat de soortentoets geen papieren oefening is. Wanneer de concrete ligging of inrichting van een project aanleiding geeft tot een redelijk vermoeden dat beschermde soorten aanwezig zijn, moet de vergunningverlenende overheid daar voldoende zorgvuldig onderzoek naar voeren.
Anderzijds wordt in deze zaak opnieuw het belang van de UDN-procedure aangetoond. De werken waren namelijk al aan de gang, en een gewone schorsingsprocedure van enkele maanden zou te laat zijn gekomen om de aantasting van beschermde soorten nog te voorkomen. Via de UDN-procedure kon de vzw Groen echter in slechts enkele dagen tijd de verdere uitvoering alsnog doen stilleggen.
Dit toont aan dat een vergunning geen garantie biedt dat een project ongestoord kan worden afgewerkt zolang er nog een vernietigingsprocedure hangende is of kan worden ingesteld.
Conclusie
Een vergunning betekent niet noodzakelijk het einde van de juridische toetsing. Het is aangewezen dat ook vóór de start van de werken wordt nagegaan of alle natuur- en soortenbeschermingsregels daadwerkelijk zijn verwerkt in het dossier en de vergunning. Wie pas na vergunningverlening of zelfs na de start van de werken onderzoekt of het project verenigbaar is met het Soortenbesluit, kan voor een voldongen feit komen te staan.
Voor aanvragers luidt de boodschap dus dat een tijdige en volledige beoordeling van de natuur- en soortenbeschermingsregels essentieel is, met de nodige afwijkingen waar die vereist zijn. Voor derden toont de zaak dan weer aan dat ook na vergunningverlening, en zelfs nadat de werken zijn gestart, een UDN-verzoek een mogelijk middel kan zijn om verdere uitvoering tijdelijk tegen te houden.
Onze specialisten van Team Real Estate adviseren u graag over omgevingsvergunningen en natuur- en soortenbescherming, en staan u graag bij in procedures voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen.